De buitensportopleiding heeft de stage onderverdeelt in 4 categorieën. Elke student moet tijdens zijn opleiding in minimaal 3 categorieën stage lopen, waarvan 1 categorie de hoofdstage is (hier worden de niveau 4 opdrachten uitgevoerd).

b (17)

Categorie 1 Sportieve buitensport recreatie

Organisaties waarvan het activiteitenaanbod voor meer dan 60 procent vallen binnen de categorie ‘low risk’. Voor het begeleiden van deze buitensportactiviteiten is basale kennis en vaardigheid vereist. Kenmerkend aan deze activiteitengroep is:

– buitensportactiviteiten waarbij de kans op lichamelijk letsel als low
– kan worden aangeduid (vb: schaafplekken, botbreuk-, verstuiking-, kneuzing :van de :extremiteiten)
– buitensportactiviteiten met een lage (low) instapdrempel (geen beroep doen op)
– basisangsten van de deelnemers zoals hoogte, nauwe ruimtes, onzekere afloop)
– eenvoudige en gestandaardiseerde uitvoering
– basale technische knowhow van de activiteiten
– buitensportactiviteiten vinden plaats op goed bereikbare locaties
– buitensportactiviteiten zijn door de betreffende organisatie als low risk aangemerkt

Voorbeelden: paintball, handboogschieten, womt-A activiteiten, vlakwaterkajakken, etc.

Categorie 2 Recreatieve buitensport

Organisaties waarvan het activiteitenaanbod voor meer dan 60 procent vallen binnen de categorie ‘Medium risk’. Voor het begeleiden van deze buitensportactiviteiten is technische kennis en vaardigheid vereist. Kenmerkend aan deze activiteitengroep is:

– buitensportactiviteiten waarbij de kans op lichamelijk letsel als medium
– kan worden aangeduid (geen levensbedreigende situaties)
– buitensportactiviteiten met een beperkte (medium) instapdrempel
– technische knowhow van de activiteiten vereist
– buitensportactiviteiten vinden plaats op moeilijk maar met voertuig toegankelijke locaties
– buitensportactiviteiten zijn door de betreffende organisatie als medium risk aangemerkt

Voorbeelden: top rope sportklimmen, abseil / toggle activiteiten, ATB-fietsen, etc.

Categorie 3 Sportieve buitensport

Organisaties waarvan het activiteitenaanbod voor meer dan 60 procent vallen binnen de categorie ‘High risk’. Voor het begeleiden van deze buitensportactiviteiten zijn specialistische technische kennis en vaardigheden vereist. Kenmerkend aan deze activiteitengroep is:

– buitensportactiviteiten waarbij de kans op lichamelijk letsel als high
– kan worden aangeduid (ontstaan van levensbedreigende situaties)
– buitensportactiviteiten met een hoge (high) instapdrempel
– technisch, specialistische knowhow van de activiteiten vereist
– buitensportactiviteiten vinden plaats op slecht tot niet (met voertuig) toegankelijke locaties
– buitensportactiviteiten zijn door de betreffende organisatie als high risk aangemerkt

Voorbeelden: wildwaterkajakken & -raften, canyoning, speleologie, via ferrata, etc.

Categorie 4 Indoor Outdoor

Organisaties waarvan het activiteitenaanbod voor meer dan 70 procent op een artificieel object / locatie plaatsvindt. Hierbij kan men denken aan de volgende buitensportactiviteiten:

– indoor klimmen (klimhal)
– wildwaterbaan (raften, tubing, hydrospeed)
– indoor challenge (highropes etc.)
– Indoor ijsklimmen
– Indoor paintbal