Keerwater invaren

Wanneer je de hoofdstroom verlaat en je wilt even rusten in stilstaand water, dan zul je vaak een keerwater in moeten varen. We zullen de bewegingsomschrijving en enkele oefenvormen nau In de bovenstaande figuur ziet u duidelijk hoe het water stroomt achter een object. Het is altijd van groot belang dat je bij het invaren van een keerwater de volgende punten goed in acht neemt;

– Wijs de punt van de kajak zo ver mogelijk in de stroomlijn, vlak naast het object (waar het keerwater begint).
– Maak in een hoog tempo twee of drie boogslagen en kant de kajak tegen de stroming in (doe je dit niet dan zul je in het stilstaande water omslaan).
– Maak een hoge- of lage steun (afhankelijk van de sterkte van de stroming) en maak een aantal basisslagen totdat je boot stil ligt in het keerwater.
– Houdt de neus van je kajak tegen het object en voorkom dat de kajak door de stroming wordt opgepikt.

Als eerste zul je de rivier moeten kunnen lezen om het keerwater te kunnen lokaliseren. Het stilstaande water bevindt zich vaak vlak naast de hoofdstroming en standaard achter dikke stenen (moet er natuurlijk wel genoeg ruimte zijn voor je kajak).


Keerwater uitvaren

Nadat je voldoende hebt kunnen rusten of wanneer de groep zich heeft weten te verzamelen in het keerwater, dan kan de weg worden vervolgt. Op dat moment varen wij het keerwater uit en moeten we met het volgende rekening houden;

– Vaar de neus van de kajak recht in de stroming en blijft peddelen, pas als de kajak ver genoeg in de stroming is dan maakt de kajakker een hoge- of lage peddelsteun.
– Het is belangrijk dat de kajakker goed opkant (tegen de stroming in), zodat het stromende water de onderkant van het water schept en de kajak met de stroming meeneemt.
– De hoge- of lage peddelsteun zorgt voor voldoende stuurkracht, waardoor de kajak relatief snel in de juiste positie met de stroming mee gaat.

Om het keerwatervaren onder controle te krijgen zijn er verschillende oefeningen te bedenken. Vaak maak je gebruik van diverse organisatievormen. n de bovenstaande figuur zie je de zogenaamde C-bocht en S-bocht. In opbouwende fase begin je altijd met de C-bocht en daarna de S-organisatie. Het is belangrijk dat je zowel links als rechts het keerwatervaren goed beheerst. Afhankelijk van de situatie op het water kun je zelf deze organisatievormen invullen.