Het doel van kunnen eskimoteren is om jezelf zo snel mogelijk weer op te richten nadat je bent omgeslagen. Uiteindelijk is eskimoteren in stilstaand water niet echt moeilijk, later in stromend water wel. Daar zullen stenen en dergelijke het eskimoteren moeilijker maken. Voor het aanleren van de halve eskimorol is het belangrijk dat de kajakker rustig blijft en voldoende tijd neemt om zichzelf in de juiste uitgangspositie te begeven. De omgevingsfactoren spelen vaak ook een belangrijke rol, bijvoorbeeld in een verwarmd zwembad of op een ondiep meertje in de zon. Hulpmiddelen zoals een neusklem of een duikbril kunnen ook erg gemakkelijk zijn (met name in de beginfase). Een voorwaarde voor het aanleren van de eskimorol is dat je de hoge steunslag en de hoge boogslagsteun goed beheerst. De methodiek van de eskimorol gaat als volgt;

Stap 1 “De heupaktie”

De kajakker heeft geen peddel en geeft zijn handen aan de helper, die overigens in heupdiep water staat. De kajakker slaat om (richting de helper) en trekt zich weer omhoog (doe dit aan de gemakkelijkste zijde).

Stap 2 “De boog- en heupaktie”

Net zoals bij stap 1, echter is nu de kajakker voorover gebogen. Vanuit deze positie trekt hij of zij zich met een boogslag omhoog.

Stap 3 “De boogslag”

De kajakker ligt in de uitgangspositie van de halve rol met de peddel. De helper staat naast de boot en begeleid de peddel met zijn of haar handen. Als de kajakker is omgeslagen tikt deze minimaal twee keer met het peddelblad op het water, daarna maakt de helper een boogslag. Hierdoor krijgt de kajakker een bewegingsbeeld(gevoel) hoe het moet. De gehele actie moet af gemaakt worden met de knie- en heupaktie.

Stap 4 “De boogslag aan de oppervlakte”

Hier neemt de helper wat meer afstand en heeft slechts nog met de beide handen het peddelblad vast. De helper probeert de kajakker zo min mogelijk te begeleiden.

Stap 5 “De gehele beweging”

De kajakker maakt de rol zelfstandig. De helper staat er wel bij om eventueel de kajakker in balans te houden (als dit nodig blijkt te zijn).

Stap 6 “Beweging aan de andere zijde”

Vaak gaat dit vanzelf, echter moet men vaak ook hier bij stap 3 weer beginnen. De volgende fouten zou je kunnen analyseren tijdens het oefenen;

– Knie schiet los onder de kniesteun
– Het lichaam buigt niet genoeg achterover bij het afmaken van de slag
– De peddel trekt zich klem onder de boot
– De peddel worden te krampachtig vastgehouden en eventueel losgelaten
– De linkerarm (binnenste arm t.o.v. de boot) wordt tijdens de rol gestrekt
– De peddel wordt naar beneden getrokken
– De boogslag wordt niet krachtig genoeg gemaakt
– De heupaktie volgt niet op het juiste moment (vaak te laat)

Hieronder differentiatie: de backdeckroll